Jaarlijks wordt in Nederland ten minste 1 à 2 miljoen kg verboden vuurwerk afgestoken. Het gaat o.a. om Chinese rollen, strijkers, flowerbeds en lawinepijlen.
Dit vuurwerk, dat in hoofdzaak wordt gemaakt in China, bereikt ons land grotendeels via België en Duitsland. Bij deze handel spelen tien à twintig Nederlandse en Belgische bedrijven en vijf tot tien criminele organisaties een hoofdrol. Via fijnmazige netwerken (werk, scholen, sportverenigingen e.d.) komt het vuurwerk uiteindelijk bij de consument.
Er is niet sprake van één keten, maar van een groot aantal ketens, ten dele gedifferentieerd naar product.
In economische zin stelt de handel in verboden consumentenvuurwerk niet al te veel voor (geschatte jaarlijkse omzet: € 10 miljoen), maar de negatieve effecten ervan zijn groot. Bij de jaarwisseling vallen er door vuurwerk gemiddeld 1-3 doden en ruim 1000 gewonden en ontstaat een materiële schade aan publieke eigendommen van ettelijke miljoenen euro’s. Het is aannemelijk dat verboden consumentenvuurwerk de belangrijkste oorzaak is. Daarnaast creëert verboden consumentenvuurwerk, met name massa-explosieve soorten als lawinepijlen (die zich ook lenen voor aanslagen), grote externe-veiligheidsrisico’s (tijdens vervoer en opslag) en overlast (bij afsteken).
De kosten van handhaving, incl. afvoer en vernietiging van inbeslaggenomen vuurwerk, en gederfde belastinginkomsten belopen minimaal € 7 miljoen per jaar. Bovendien ondervindt het deel van de vuurwerkbranche dat zich niet inlaat met de illegale handel, concurrentienadeel.