Natuur

Het belangrijkste beleidsdoel van de natuurwetgeving is een duurzame instandhouding van de biodiversiteit. Het convenant bevat daartoe een prioriteitenstelling en een groot aantal verbeterpunten.  De voornaamste primaire normen om een duurzame instandhouding van de biodiversiteit te kunnen garanderen zijn:

  1. verbod op handel en bezit van beschermde soorten (artikel 13 Flora- en faunawet);
  2. verbod om een plant of dier behorende tot een beschermde soort op wat voor manier dan ook aan te tasten (artikelen 8 t/m 12 Flora- en faunawet);
  3. vergunningplicht voor handelingen die schadelijk kunnen zijn voor beschermde natuurgebieden (artikelen 16 en 19d Natuurbeschermingswet 1998);
  4. verbod om toegangsbeperkingen te overtreden (artikel 20 Natuurbeschermingswet 1998);
  5. herplantplicht: houtopstanden die worden geveld, moeten herplant worden (artikel 3 Boswet);
  6. een opgelegd kapverbod (artikel 13 Boswet).

De verbeterpunten kunnen onder de volgende thema’s worden samengevat:

  1. verbetering kennis van risico’s en doelgroepen;
  2. verbetering van de informatie-uitwisseling tussen de handhavende diensten;
  3. communicatie en nalevingondersteuning;
  4. borging van kennis en expertise.

Het convenant “Nalevingstrategie Natuurwetgeving” geldt voor de periode van 1 juli 2008 tot 1 juli 2012.